Aandacht voor menselijke beperkingen ipv technologische mogelijkheden

Voor The School of Life schreef de filosoof Tom Chatfield het boekje ’How to thrive in the digital age’. Eén van zijn conclusies is dat in het ontwerp van onze technologie teveel de nadruk ligt op technologische mogelijkheden, in plaats van menselijke beperkingen:
“[…] the iPhone nestled warmly in my pocket […] never too busy, never too tired, always the same; offering steady but infinite options and engagements. It’s a match made in silicon heaven.
Except, of course, I myself am often busy and tired: too busy to keep my wits about me or my priorities my own. […]  My relationship with technology is a kind of killing through kindness.”
loesje-grens
Onze technologie kan niet alleen veel meer aan dan wij, maar speelt daarbij ook nog eens in op ingebouwde psychische kwetsbaarheden. Zo refereert Chatfield aan het onderzoek van Roy Baumeister over ego depletion’ over hoe we per dag maar een beperkte hoeveelheid wilskracht bezitten die op een gegeven moment gewoon verbruikt is.
“Your phone isn’t toxic, it isn’t a brain sigaret, but it’s seducing. Resisting the active temptation is taking a toll.”
Of aan het onderzoek van pyscholoog Daniël Kahneman die ons erop wijst dat mensen geneigd zijn te kiezen voor de weg van de minste weerstand: “When faced with a difficult question, we often answer an easier one instead, usually without noticing the substitution.” Chatfield wijst ons erop dat we daarom bijvoorbeeld maar kiezen om een email weg te werken, in plaats van wat Cal Newport ‘deep work’ noemt. Een email is namelijk niet alleen makkelijk, maar geeft ons ook een heel directe beloning, namelijk het gevoel iets bereikt te hebben.
Kortom, we moeten volgens Chatfield nadenken over het volgende:
“[…] een gemakkelijk vergeten waarheid: dat de theoretische mogelijkheden van technologie uiteindelijk minder belangrijk zijn dan gebruiksgemak en controle. Als hierin een waarschuwing ligt, dan is het dat in onze toenemende behoefte aan gebruiksgemak het gevaar ligt dat we de controle opofferen op een ander terrein: ons vermogen om meer van onszelf en anderen te vragen dan een versimpeld minimum.[…] Hoeveel aandacht mogen we van onze omgeving verwachten en hoeveel aandacht zijn we die verschuldigd? En hoeveel aandacht hebben we nodig – of mogen we verwachten – om ten volle ‘onszelf’ te zijn?”
Over de gewetensvraag hoeveel aandacht we aan onze omgeving verschuldigd zijn, geeft Chatfield trouwens nog een grappig voorbeeld: hoe hij de nieuwgeboren baby’s van vrienden onthoudt (of eigenlijk dus niet onthoudt) door de geboorteberichtjes op te slaan in z’n telefoon:
“Zonder geboorteberichtjes in mijn telefoon heb ik geen idee hoe de eerstgeborenen van mijn beste vrienden heten of wanneer ze jarig zijn. Ik heb de sms’jes beantwoord en soms ook een kaartje of presentje gestuurd en vervolgens ben ik de hele zaak vergeten. Ondanks alle blogs en foto’s en updates op Facebook ben ik me nauwelijks bewust van hun bestaan.
Ik ‘herinner’ me deze kindernamen op dezelfde manier als ik de telefoonnummers ‘ken’ in mijn telefoon: de informatie is in mijn bezit. […] Maar door dit domweg een ‘geheugen’ te noemen loop ik het risico dat ik fundamenteel verkeerd begrijp wat herinneringen kunnen betekenen voor mij. […] Zelfs de meest volledige database ontbeert wat ieder mens op aarde vanzelfsprekend vindt: een verhaal. […] Hoewel we de delen van onze hersenen kunnen herkennen die verantwoordelijk zijn voor ons lange- en kortetermijngeheugen hebben we geen rechttoe, rechtaan geheugenchip in ons hoofd. Er bestaat zelfs geen menselijk geheugen naast onze gedachten, onze gevoelens en ons ik. Wat we ervaren, doen en leren wordt deel van ons.”
Toevallig werd ik me hier twee weken geleden op dezelfde wijze pijnlijk bewust van toen ik onderweg naar een pasgeboren meisje, een kwartier lang m’n whatsappgesprek heb lopen doorzoeken naar hoe de eerstgeboren zoon ook alweer heette. Ai, ik was erg blij dat ik m’n telefoon had om de naam even op te zoeken, maar vond het ook wel erg pijnlijk dat ik het niet onthouden had. Als ik het belangrijk vind om mijn leven te delen met vrienden en familie, en daarvoor ook mijn technologie wil inzetten, hoe zorg ik er dan voor de belangrijke informatie de juiste aandacht te kunnen geven in plaats van alles in een soort vergaarbak te laten terechtkomen, wat nu gebeurt als ik m’n leven via tech deel?
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Mindful, wat is dat eigenlijk? Een lesje uit China

Het viel me op toen ik afgelopen week de zoveelste oproep las om m’n telefoon mindful in te richten. Wat is dat mindful eigenlijk? Wat zou ik eigenlijk bereiken door deze tips te volgen?
*** Tussen twee haakjes: de tips zijn grotendeels best zinnig en komen overeen met het mindfulness bootcamp van Tristan Harris waarover ik al eerder berichtte en sindsdien ook heb toegepast op mijn telefoon. Voor mij heeft het gezorgd voor een veel kalmere, meer doelgerichte omgang met m’n telefoon. Interessant om eens uit te proberen wat het voor jou doet. Ok…back to the argument ***
mindfull-tech
Het is tekenend dat er in stukken zoals bovenstaande wordt opgeroepen tot mindfulness, zonder te definiëren wat dit eigenlijk inhoudt. Of dat het al snel op één hoop wordt gegooid met productiviteit: minder je aandacht laten afleiden zodat je meer werk kunt verzetten. Terwijl goed kunnen werken belangrijk voor me is, maar niet als enige waarde geldt in mijn leven. Ik wil bijvoorbeeld ook m’n leven kunnen delen met mensen die belangrijk voor me zijn, en daarin speelt digitaal contact met m’n vrienden en familie een belangrijke rol.
In elk geval, een aantal decennia geleden werd het boeddhisme hier razend populair, wat leidde tot de introductie van allerlei op het boeddhisme geïnspireerde initiatieven: meditatie, mindfulness, retraites. Maar in die introductie is veel van de oorspronkelijke concepten verloren gegaan. Mindfulness is een van oorsprong boeddhistische oefening die gebaseerd is op de gedachte dat je onthecht en zonder te oordelen naar de wereld en naar elk moment kijkt, zodat je nergens meer last van hebt.
Mindfulness wordt tegenwoordig alom bejubeld als een populaire techniek om kalmte en rust te vinden in ons hectisch bestaan. Maar zo schrijven Michael Puett en Christine Gross-Loh in ‘De weg – Wat Chinese filosofen ons over het goede leven leren’ dit is niet alleen een verkeerde interpretatie van mindfulness, maar ook nog eens een riskante: ferm gegrond in het Westerse individualiteitsdenken.
“Maar mindfulness was bedoeld om het Zelf af te breken. Het boeddhisme is een leer die het Zelf ontkent, en boeddhistische oefeningen zijn er in hun algemeenheid op gericht om het idee los te laten dat er zoiets bestaat als een individueel zelf. Veel van deze aspecten zijn echter terzijde geschoven en in plaats daarvan is het boeddhisme vaak ten onrechte voorgesteld als een manier om naar binnen te kijken en het zelf te omarmen. Het is ontaard in een exotische vorm van zelfhulp: de leer die het zelf ontkent wordt gebruikt om mensen een beter gevoel over zichzelf te geven.”
Mindfulness in de oorspronkelijke betekenis is dus niet zozeer een concept dat wordt gebruikt om in het zelf te dalen, maar om het zelf te OVERSTIJGEN. Puett en Gross-Loh vinden dan ook dat we niet zozeer onthechting nodig hebben, maar eerder een actieve betrokkenheid.
“Maar je ontwikkelt je niet door je terug te trekken uit de wereld en te mediteren. Het vredige gevoel dat je dan eventjes hebt, verdwijnt toch weer zodra je met de buitenwereld in aanraking komt. Door juist naar buiten te kijken en de interactie met jezelf en de ander te verbeteren, kun je als mens verbeteren.”
En dat lijkt me een zinvollere definitie van ‘mindful met m’n telefoon omgaan’.
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Stop met op die weegschaal te kijken

Een gebied waarbij het simplistisch normatief denken rondom een juiste omgang met tech hoogtij viert, is de opvoeding van onze mini-mensjes.
Goed, het is inderdaad een gek idee dat kinderen wel een rijbewijs moeten halen, maar hun smartphones zomaar in handen gedrukt krijgen, met slechts de instructie deze niet te verliezen. Hoewel sommige ouders het wat uitgebreider aanpakken, zoals dit hilarische smartphonecontract dat de dertienjarige Gregory moest ondertekenen.
weegschaal
Wat techwijsheid toepassen in de opvoeding lijkt me dus geen overbodige luxe. En het lijkt me ook logisch dat dit verschillend is voor jonge en oudere kinderen. Maar de richtlijnen – voor zover die er zijn – zijn vooral kwantitatief, gemeten in hoe lang de mini-mensjes op hun telefoon of computer (mogen) kijken. Dan weet je nog helemaal niet WAT ze met hun tech doen. Hebben ze urenlang kattenvideo’s gekeken of hun creativiteit en analytisch inzicht getraind door te bouwen in Minecraft? Hebben ze een simpel actiespel gespeeld of een spel waardoor hun empathie verhoogd werd of fijne motorische vaardigheden aangescherpt?
Kortom: meet niet alleen in ‘screentime’, stelt Jocelyn Brewer, maar in ‘soft skills’. Neem de context, content en cognitie mee van het tech-gebruik. Dat kan namelijk nogal een verschil uitmaken bij het bepalen wat goed is voor je kind qua tech-gebruik. En besef vooral:
 ”It’s not about the smartphones in their hands, but the attitudes in their heads.”
Dus als ik je één tip mag geven: gooi lekker je schuldgevoel over het gebruik van je technologie het raam uit. Start vooral eens met voelen WAT het met je doet. En bedenk, net als bij voeding is dit een kwestie van logisch nadenken, experimenteren en vooral niet te extreem zijn. Je hoeft niet elke dag te beginnen met een boerenkoolsmoothie om gezond te eten. Die zijn namelijk gewoon yuk.
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Denk in digitale voeding in plaats van op dieet te gaan

Dus, zo stelt Jocelyn Brewer voor, als onze tech dan toch zoiets als voedsel is – iets dat je niet zomaar meer kunt uitzetten omdat het zo verweven is met ons bestaan – waarom denken we dan niet meer in termen van voeding? Als je internetgebruik de Schijf van Vijf zou zijn? Hoe zou dat er dan uitzien?
Food flying out of a laptop screen
Digital Nutrition is dus het concept dat Jocelyn Brewer voorstelt. Een gezond, gebalanceerd dieet, waardoor je geen zaken als een digitaal dieet nodig meer hebt, dat toch niet werkt voor de lange termijn:
Apply this to our digital interactions and think of what is ‘nutritious’ from a social, psychological and cognitive point of view. So what would ‘junk’ be or too much look like? Probably spending all day on social media websites, putting too much value in public commenting like E! News or Reddit, gaming all night long and you’re now wearing adult nappies.
Wat zijn jouw virtuele vitamines? Wat is jouw boerenkool van je internetgebruik? En wat is je snoep of vettig frietje? Het mooie aan het concept van ‘digitale voeding’ is dat in plaats van simplistische oordelen toe te kennen aan internetgebruik (dit is goed/slecht), het de complexiteit en persoonlijke nuance erkent. Net zoals gezond eten voor iedereen iets anders inhoudt – sommigen zijn allergisch voor melk, terwijl anderen dit zonder problemen kunnen drinken – is gezonde digitale voeding ook persoonlijk:
We need to think about our online activities as having inherent nutritional values, just like food, and consider the kinds of vitamins, minerals and calorie content of our digital habits. There are junk foods and there are superfoods within the online world. We need to be sensible with our ‘digital diets’, to avoid overdosing and the necessity for ‘digital detoxes’.
Just like with diets and food nutrition we would benefit from considering how we can create digital lifestyles which support our whole wellbeing. There are occasions which we might indulge in some mental candy, we might need to use technology to relax and unwind – but when we use it to cope in a way which distracts us from dealing with the issue, problems arise.
Je bent wat je eet —> je bent wat je binnenkrijgt via je tech. Kortom: tijd voor labels op onze apps, social media en games, net zoals voedingslabels?
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Waarom een digitale detox/dieet niet werkt

Digitale detox/unpluggen/disconnecten van je technologie is een behoorlijke trend. Hell, het is zelfs een hele industrie geworden. Met wifi-loze vakanties, apps zoals Moment die je helpen je smartphonegebruik terug te dringen en designobjecten zoals Block, een uiterst slicke doos gemaakt van Faraday materiaal dat wifi-signalen blokkeert. Neem ‘m mee naar je etentje en hup, je hebt weer aandacht voor elkaar. Hehe.
digital-detox
Tjsa, zelf ben ik niet zo’n fan van zo’n oplossingen. Hoewel ik blij ben met het feit dat dergelijke middelen ons er wellicht op wijzen dat we een andere relatie met onze technologie moeten aangaan, zie ik het niet als een duurzame oplossing. (Bovendien: er kunnen acht rampzalige zaken gebeuren terwijl je op digitale detox bent). Eerder als een valkuil om weer gedachteloos naar de off-line modus te switchen, zodat je het probleem maar snel weer opgelost hebt. Terwijl het échte probleem een stuk dieper zit. In plaats van gedachteloos je telefoon in een Faraday-doos te mikken, is het veel nuttiger om na te denken WAAROM je dat eigenlijk zou willen. Wat mis je eigenlijk? Wat ontneemt de aanwezigheid van je telefoon je in het samenzijn met je vrienden of familie?
Psycholoog Jocelyn Brewer is het roerend met me eens. We moeten volgens haar oppassen met de demonisering van onze technologie. Niet alleen creëer je zo een angstcultuur, maar je mist ook nog eens het échte punt:
It’s dangerous to call tech a drug. [...] Why are we talking in such negative terms when it comes to technology? We don’t call somebody who is immersed in a book an book addict.
Technology is not a drug, it’s a tool. What we do with the tool, is the most important question. If anything, digital devices are a syringe. They are a delivery system. Syringes can be used to deliver a vaccination, or insulin or an illegal intravenous drug. Digital devices deliver the applications, the games and the information which we consume mentally.
Bovendien, wat is die ‘verslavende werking’ van technologie nu eigenlijk waaraan we zo uit alle macht proberen te ontsnappen? Ook weer een term die we veel te makkelijk gebruiken, zonder precies te weten wat deze inhoudt, schrijft journalist Rachel Becker:
The tech-as-addiction metaphor is sloppy, though it might not be wrong. The problem is we don’t have a good handle on what qualifies as tech addiction — if it exists at all, how common it is, and what kind of environmental and physiological conditions predispose someone to it.
Tot slot: door te detoxen/unpluggen, blijf je de online/offline kloof hanteren. Bestaat deze nog wel? Jocelyn Brewer stelt in elk geval:
We need a positive perspective to not fall in the age-generation gap. Online/offline is such a binary approach, kids dont think in those terms. [...] Tech is just like food, you just can’t dismiss it.
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Relatietherapie stap 3: Stel jezelf open

Het moge duidelijk zijn uit de afgelopen edities dat onze relatie met onze technologie momenteel niet al te best is. Maar de illusie is nog in stand. We hebben nog steeds het beeld dat we elke nacht in bed stappen met die prachtige Ryan Gosling, terwijl het inmiddels na al die jaren een rimpelig aardappelzakje geworden is die continue om onze aandacht zeurt. Tijd voor relatietherapie.
Er is nog één belangrijke drempel te nemen in deze relatietherapiesessie: Hoe wij moderne mensen relaties beschouwen.
ryan-gosling3
Filosoof Mark Rowlands stelt dat we een heel gesloten beeld hebben van onszelf. Jij – de essentiële en blijvende jij – bent wat je bent, onafhankelijk van je relatie tot iemand of iets anders. Wat bepaalt wie de persoon is die je bent, is uitsluitend een kwestie van wat er in jou gebeurt. Wat er buiten je gebeurt – je relaties met de wereld om je heen en de mensen erin – heeft geen invloed op wie en wat je werkelijk bent.
Deze moderne opvatting van het zelf of identiteit komt er in feite op neer dat al je relaties met anderen niet van wezenlijk belang voor jou zijn. De wereld en de mensen erin kunnen je causaal beïnvloeden – ze kunnen je bepaalde dingen laten denken, voelen en doen – maar ze hebben geen effect op de identiteit van de persoon die je bent. De banden die je hebt met anderen zijn identiteitsreflecterend en niet identiteitsvormend. De banden weerspiegelen wie je bent, maar ze vormen je niet.
Hoewel we bijna alles als een relationele entiteit beschouwen – iets dat gedefinieerd wordt door relaties met dingen erbuiten (zoals een creditcard gedefinieerd wordt door je bankrekening, de winkels die ‘m accepteren en het internationale bancaire verkeer dat het allemaal mogelijk maakt) – blijven we onszelf hardnekkig beschouwen als niet-relationele, gesloten eenheden. Monades noemt Rowlands ons, met een verwijzing naar de zeventiende-eeuwse Duitse filosoof Gottfried Leibniz (1646-1716). Volgens Leibniz was een monade iets wat niet kan worden verdeeld in iets anders en waarvan de essentiële aard niet afhankelijk was van de verhouding tot iets anders.
En dus zien we volgens Rowlands onze relaties – hij heeft het over mensen, maar volgens mij kun je het ook doortrekken tot de technologie waarmee we ons omgeven – als een jas die je aan of uit kunt trekken. Maar dat is volgens Rowlands geen recept voor een succesvolle relatie:
Een relatie met een levenspartner werkt niet omdat die je zelfbevestiging biedt, de bevestiging of zelfaccentuering van een ik dat al voor de relatie bestond. Nee, die relatie werkt als ze je iets heel anders biedt: iets buiten jezelf wat zo belangrijk is dat je zónder dat een andere persoon zou zijn.
Misschien moeten we mister Tech dus niet alleen als extensie van onszelf beschouwen, maar juist waarderen om z’n Anders-heid. Wat unieks geeft onze technologie je waarzonder jij jezelf niet meer zou zijn?
Lees hier stap 2 Zie je partner voor vol aan’ en stap 1 ‘Weg met automatische denkbeelden‘ van deze relatietherapiesessie met mr. Tech.
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Relatietherapie stap 2: Zie je partner voor vol aan

Het moge duidelijk zijn uit de afgelopen edities dat onze relatie met onze technologie momenteel niet al te best is. Maar de illusie is nog in stand. We hebben nog steeds het beeld dat we elke nacht in bed stappen met die prachtige Ryan Gosling, terwijl het inmiddels na al die jaren een rimpelig aardappelzakje geworden is die continue om onze aandacht zeurt. Tijd voor relatietherapie.
‘Ze ziet me gewoon niet meer!’ Jaja, we zijn bij de volgende stap beland van onze relatietherapie: mister Tech als volwaardige ander zien.
Wat bedoel ik daarmee? Waar technologie eerst wellicht als een tool fungeerde, is het nu uitgegroeid tot iets waardoor we ons ontwikkelen en dat impact heeft in welke richting we ons ontwikkelen.
ryan-gosling2
“Google-filosoof’ Luciano Floridi stelt dat we daarom een bijscherping nodig hebben van ons beeld van technologie. We moeten beseffen dat we middenin een Vierde Revolutie zitten. We zijn niet het centrum van het universum (zoals Copernicus bewees), het biologische koninkrijk (zoals Darwin liet ziet), of onze rationaliteit (Freud onttoverde deze illusie), noch het centrum of de heerser van onze informatiesamenleving die moeten delen met technologie. Kukel maar even van je troon af.
Hierin echoot het idee van de actor-netwerk theorie van Bruno Latour door, die geen onderscheid meer maakt tussen mensen en dingen, maar ze allebei als actoren benoemt. Als je de oorspronkelijke terminologie weghaalt, wis je hiermee ook een impliciete hiërarchie, en kun je makkelijker zien welke relatie we inmiddels met technologie hebben.
Zelf vind ik het Japanse concept ‘Ma’ een prachtige vertaling van deze relatie. In ‘Ma’ verdwijnt ook het onderscheid tussen mensen en dingen. Waar het in het Westen draait om een vast afgebakend subject of object, is in een Oosterse samenleving ‘Ma’ veel belangrijker. ‘Ma’ is de ruimte ‘in between’. In het Westen is ruimte tussen mens en ding een leegte, een niets tussen de dingen. ‘Ma’ is juist vol met interactie en dynamiek: hierin komen we juist tot stand als entiteit in relatie met onze omgeving.
** Overigens wil ik hierbij de aantekening maken, dat hoewel onze relatie met (informatie)technologie zeker is veranderd, we natuurlijk al eeuwenlang – vanaf het begin der tijden – op een bepaalde manier worden door onze technologie. Wat dacht je van de technologie van de landbouw die het mogelijk maakte om ons in gemeenschappen te vestigen i.p.v. steeds door te moeten trekken als jagers?
Lees hier stap 3 ‘Stel jezelf open en stap 1 ‘Weg met automatische denkbeelden van deze relatietherapiesessie met mr. Tech.
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Relatietherapie stap 1: Weg met automatische denkbeelden

Het moge duidelijk zijn uit de afgelopen edities dat onze relatie met onze technologie momenteel niet al te best is. Maar de illusie is nog in stand. We hebben nog steeds het beeld dat we elke nacht in bed stappen met die prachtige Ryan Gosling, terwijl het inmiddels na al die jaren een rimpelig aardappelzakje geworden is die continue om onze aandacht zeurt. Tijd voor relatietherapie.

ryan-gosling

Het vervelende van relatietherapie is dat je er vol ideeën naartoe gaat over wat de ander fout doet, dat je therapeut dat allemaal begripvol knikkend aanhoort, en vervolgens zegt: ‘En wat is je eigen rol hierin?’
Ja, als we willen dat mister Tech zich wat beter gedraagt, dan moeten we toch echt eerst eens kijken naar wat voor relatie we eigenlijk met ‘m hebben en hoe wij daarin staan.
Want als wij willen dat technologie die perfecte Ryan Gosling wordt die zonder het te hoeven vragen zorgt voor waar je behoefte aan hebt, en met wie je het leven van je dromen kunt leiden – kortom: technologie die echt als extensie van onszelf kan dienen – dan moeten we deze wél de juist rol geven.
We vinden het namelijk maar lastig om te accepteren dat onze tech onze sociale relaties, onze manier van werken/wonen en leven, – kortom: onszelf- , verandert, en grijpen al snel terug naar ouderwetse concepten. ‘Voor een écht goed gesprek moet je je smartphone buiten beeld houden.’ Terwijl een gesprek enorm verrijkt kan worden doordat je iets kunt opzoeken online, of je foto’s van die vakantie kunt laten zien, of je favoriete muziek kunt laten horen.
Misschien vind jij het prettiger om niet alles te googlen, terwijl ik dat een verrijking van mijn gesprekken kan vinden. Waar het om gaat, is dat we niet automatisch moeten vervallen in geijkte beelden van hoe het zou moeten, maar vooral een persoonlijke morele code moeten vormen van wat wij een goede relatie met onze technologie vinden.
Lees hier stap 3 Stel jezelf open‘ en stap 2 ‘Zie je partner voor vol aan‘ van deze relatietherapiesessie met mr. Tech.
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Zorgrobots: wat houdt zorg nu écht in?

Wat betekent het beoefenen van een techno-morele deugdethiek eigenlijk? En wat kan het ons opleveren? Laten we daarvoor inzoomen op een concreet voorbeeld: de zorgrobot.
alice
Zorgrobots, zoals Alice hierboven, worden op steeds grotere schaal ingezet in de zorg. In landen zoals Japan waar door het grote aantal ouderen de druk op de zorg steeds meer oploopt, gebeurt dit zelfs in zeer rap tempo. De zorgrobots kunnen voor allerlei taken worden ingezet: hulp bij transport/douchen/aankleden/verstrekken van medicatie, het monitoren van de gezondheid of gewoon als gezelschap.
Onomstreden is de inzet van zorgrobots zeker niet, zo beschrijft Vallor in haar boek:
Many ethicists worry that carebots objectify the elderly and other patients as “problems” to be solved by technological means. Others highlight the effects carebots could have on the capabilities, freedom, autonomy, and/or dignity of those being cared for, effects that include possibilities both welcome and worrisome. Another question is whether carebots will enhance or reduce patients’ engagement with their physical and social surroundings, and whether their meaningful contact with families and friends will be reduced.
Bovenstaande biedt al handvaten om de waarde van een zorgrobot aan af te meten. Maar het is onvoldoende, als we niet de invulling van ons concept van zorg meenemen, voor degenen die verzorgd worden én voor de degenen die de zorg geven.
Carebot ethics remains incomplete until we have also considered the possible impact of carebot practices on human habits, virtues, and vices, especially those of caregivers. That is, we must understand how carebots might affect our own abilities to flourish as persons capable of care, creatures whose moral status is deeply rooted in relations of caring virtue.
Wat biedt het beoefenen van de waarde ‘zorg’ ons? Nou, zo schrijft Vallorm, we leren bijvoorbeeld de betekenis en het belang van wederkerigheid. Jij zorgt voor mij als ik dat nodig heb, ik doe dat voor jou. Ook leren we empathie te hebben. En dat zijn dingen die je alleen écht leert begrijpen door het te ervaren: als zorgbehoeftige en als verzorger. We moeten vaak genoeg de waarde ‘zorg’ beoefenen om ons deze lessen eigen te kunnen maken.
Als je zo naar de technologie van zorgrobots kijkt, zie je de gevaren – het ontzorgen op een manier dat we deze belangrijke lessen missen – maar ook de kansen. Robots kunnen ons juist ontzorgen op een manier dat we meer aandacht kunnen besteden aan het beoefenen van de waarde ‘zorg’. Bijvoorbeeld door ‘s nachts te monitoren, of zware fysieke zorgtaken gedeeltelijk over te nemen. Zorgrobots die echt zorgen, volgens onze criteria.
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Welke deugden moet de tech-mens hebben?

“We need more than better technologies, we also need better humans: skills, resoning abilities to manage techno-social power. We don’t have that now. How does the set of virtues for 21th century look like?”
boeddha
In haar boek grijp Vallor terug op allerlei deugdethici door de eeuwen heen – van Aristoteles tot Boeddha. En hoewel ethische principes uit het verleden als grondlegger kunnen dienen, moeten we vooral kijken naar voor welke ethische uitdagingen we nu staan, juist in onze specifieke context die door technologie getekend wordt. Zo vindt Vallor eerlijkheid een belangrijke waarde in een samenleving waarin je veel soorten informatie te verwerken krijgt. Of zelfdiscipline om te kiezen voor ‘gezonde technologie in plaats van voor technologie die alleen je aandacht opeist.
Yet precisely because honesty, humility, and moral perspective with regard to one’s own life are such challenging virtues to cultivate, we need to resist media habits that make these valuable qualities any harder to cultivate than they already are.
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.