De 3 C’s in plaats van digitale detox

Digitaal antropologe Pamela Pavliscak biedt een alternatief voor digitale detox in een betere omgang met onze telefoon:

Hou de drie C’s van creating, caring en connecting in gedachten. Als je iets creëert, voel je je beter dan als je alleen maar consumeert. Dat hoeft niet superartistiek te zijn. Denk aan een speellijst op Spotify aanmaken. Door sites als GoFundMe, waar geld ingezameld wordt voor bijvoorbeeld de kinderboerderij, betekenen mensen iets voor hun omgeving. En natuurlijk kun je ook een goed, diep gesprek voeren op Whatapp. Die balans kunnen we niet alleen vinden. Bedrijven moeten ook beter nadenken hoe we onze empathie kunnen behouden.’

Zombie-neoliberalisme

Frase uit column Ewald Engelen voor de Groene, tekenend voor huidige tijdsgeest:

“Zombie-neoliberalisme wordt het ook wel genoemd. Tien jaar lang heeft de mondiale elite gedachteloos de gebeden uit hetzelfde brievenboek gepreveld. Het is de perfecte illustratie van collectieve waanzin: hetzelfde doen en andere uitkomsten verwachten.

Bezuinigen om groei aan te wakkeren. Een kapitaalmarktenunie om de problemen in het bankwezen op te lossen. Meer marktwerking om de gevolgen van marktwerking weg te nemen.

Het grote verschil tussen toen en nu is dat de tegenbeweging niet heeft stilgezeten. Het nieuwe is dan nog wel niet geboren, het is wel degelijk geconcipieerd. Of je nu van reformisme of van revolutie houdt, voor elk is er wat wils.”

Hoe verandert VR ons?

Interessante observatie van journalist Clemens Setz over zijn ervaring in een VR-themapark in Tokyo. Bij een spel waarbij hij een katje uit een boom moet redden door over een wankele plankenconstructie te lopen hoog boven de drukke stad, merkt hij dat zijn bewustzijn wel móet omschakelen omdat de ervaring té echt aanvoelt. En dus moet hij een deel van zijn bewustzijn aanboren – een deel doodsverachting – dat hij in het echte leven waarschijnlijk nooit zou hebben ervaren:

Ik begreep dat ik iets in mij moest activeren wat er tot op heden nooit was geweest en wat, zoals ik met verwondering vaststelde, aanvoelde als ware doodsverachting, zelfs een beetje als een ware doodswens. Ja, ik moest innerlijk ‘willen vallen’ om het spel zelfbewust te kunnen spelen. De gewoonlijke dissociatie, ‘er kan toch niets gebeuren’, het innerlijke baken waarop ik eigenlijk had vertrouwd, kwam namelijk gewoonweg niet. Ik kon mezelf niet op elk vlak overtuigend duidelijk maken dat dit niets meer was dan een simulatie. Iets heel machtigs in mij verzette zich tegen dat inzicht. Dus moest ik, als ik hier niet weer als een klein kind wilde verstijven (de mensen in de andere dimensie ‘zagen me toch!’), de tegengestelde weg volgen en ‘op mijn zintuigen vertrouwen’. En als die me de werkelijkheid presenteerden, dan was de weg voor me alleen te bedwingen als het me allemaal niets meer kon schelen, als ik er op zijn minst voor de duur van dit spel geen probleem mee had om in de afgrond te vallen. Dat schakelaartje in mezelf omzetten bleek verrassend eenvoudig. Het ging bijna zonder weerstand. Maar het was, ook dat werd ik bij deze gelegenheid gewaar, tot nog toe nooit omgezet. Met de dimensie-overstijgende speelgoedkat in de hand zette ik dus de noodzakelijke stappen terug, vanbinnen tijdelijk levensmoe en afgestompt.

Photo by Martin Sanchez on Unsplash

Trendrapport Philips: nieuwe tijd breekt aan – Relationisme – hoe gaat de mens zich tot natuur verhouden?

Op de Dutch Design Week 2019 zag ik een interessant trendrapport van Philips in samenwerking met studenten van de Design Academy en TU Eindhoven.

Philips gaat ervanuit dat we door klimaatverandering, de negatieve impact die dat heeft op onze leefomgeving en afnemende macht van bestuurlijke organisaties wereldwijd, in een nieuw tijdperk komen. Een tijdperk dat beheerst zal worden door een onderliggende filosofie van Relationisme:

Being thoughtful, and increse awareness, knowledge and intuition about the relationships of all phenomena in complex dynamic systems

Ter vergelijking, eerst werd de menselijke tijd beheerst volgens de volgende drie filosofieën:

    • Pre-modernisme: (Westers) geloof dat goden en geesten de toekomst en het leven na de dood bepalen, in agriculturele samenleving
    • Modernisme: Een tijd voornamelijk gedetermineerd door utopische toekomstvisies voortgedreven door technologische vooruitgang, onze industriële tijd
    • Post-modernisme: Een tijd waarin relativisme en het besef dat meerdere waarheden bestaan. Dingen zijn een continu experiment en uitproberen. De experience- en kennismaatschappij is het tijdvlak waarin Philips deze filosofie plaatst

In het tijdperk van Relationisme kunnen we volgens Philips terechtkomen in vier mogelijke toekomsten:

    • Sentio-centrism – Staat in teken van menselijke intelligentie, en gaat daarmee voorbij aan onze natuur (zowel ons lichaam als de natuur om ons heen). Denk hierbij aan zaken als singularity of een hive-mind
    • Anthropo-centrism – Hierin wordt de menselijke vooruitgang boven alles gesteld. Deze toekomst staat het meest op één lijn met onze huidige levens: de aarde en haar bronnen staan in teken van de mens, we passen onze leefomgeving om voor zoveel mogelijk menselijk welzijn te creëren. 
    • Resource-centrism – In deze toekomst staat duurzaamheid centraal – om een duurzame toekomst te garanderen moet de mens een stapje terug doen. Dit noemt Philips “coöperatief pragmatisme” en “egalitarianism”
    • Eco-centrism – In deze toekomst doet de mens de grootste stap terug tov de natuur. We worden weer volledig onderdeel van onze natuur, ipv erboven te staan als heersers

Meer welwillendheid voor tech in je lichaam

JWT Intelligence bericht in hun nieuwste trendreport ‘Beauty Tech Futures’ over een belangrijke kentering in de beautyindustrie. Waar voor consumenten 4 jaar geleden nog alles naturel/ natuurlijke producten moest zijn, uit angst voor onnatuurlijke vervuilende stoffen op en in het lichaam, is nu een comfortlevel met technologie bereikt: tech mag onder de huid kruipen:

Four years ago, the beauty industry was in the midst of a New Naturalrenaissance. In a trend fueled by rampant fear that the world around us—from the food we eat to the air we breathe—is filled with poisonous chemicals and toxins, beauty products were stripped back to their purest forms. Organic, farm-fresh ingredients and natural production processes were non-negotiable, base expectations for beauty consumers, while all things synthetic, manmade or genetically modified were shunned as hazardous and unhealthy.

Foto: Frank V. via Unsplash

But now, “natural” and “engineered” are no longer perceived as mutually exclusive. As new technologies emerge that replicate the services of the doctor’s office or manufacture biomimetic ingredients, the beauty industry is course-correcting. Skincare and beauty brands are turning to AI, machine learning and data analysis to bring unprecedented personalization and deep knowledge to beauty-conscious consumers.

Nieuwe vrienden maken via een app of huren voor de gelegenheid

Waar inmiddels het idee allang is doorbroken dat je liefde niet via een app zou kunnen vinden, is er nu een nieuwe generatie apps op de markt die zich richt op andere vormen van intimiteit: het huwelijk, vriendschap en het gezinsleven. Via apps onze relaties managen, kan dat wel?

Nieuwe vrienden maken via een app of huren voor de gelegenheid

2019, het jaar waarin in de bekende serie ‘Friends’ al 25 jaar oud is, maar onverminderd geliefd op Netflix. De aantrekkingskracht zit ongetwijfeld in de ongecompliceerde, onvoorwaardelijke, zorgeloze vriendschap tussen de zes eind-twintigers. Vrienden voor het leven.

Maar dat vrienden voor het leven…dat gaat steeds minder op. In een tijd waarin jonge mensen steeds vaker van baan, stad of levensstijl veranderen, is het logisch dat je vaker nieuwe vrienden nodig hebt, vond Olivia June Poole, oprichter van één van de eerste apps exclusief gericht op het vinden van vriendschap. Zo ontstond in 2016 Hey!Vina, een app speciaal voor vrouwen die nieuwe vrienden zoeken.

“Het is super makkelijk om een date te vinden op het internet, maar waarom is het niet net zo makkelijk om nieuwe vrienden te maken?” vertelt Olivia June Poole, de mede-oprichter en directeur van Hey! VINA. “We bouwden deze app om een oplossing te vinden voor vrouwen die verhuizen, reizen of van baan veranderen, en dus van leefstijl en levensfase veranderen. Gedurende ons volwassen leven gaan we naar een hoop plekken die onze bestaande vriendschappen niet altijd ondersteunen en dan wordt het tijd om onze kringen uit te breiden.” (bron)

Na Hey!Vina ontstonden al snel andere vriendschapsapps:

Niet veel later investeerde Match Group, het bedrijf dat eigenaar is van de populaire datingapp Tinder en datingsite Match.com, in Hey!Vina. Andere grote namen in de techindustrie keken mee en begonnen ook vriendschapsservices aan te bieden. Datingapp Bumble, een bedrijf van voormalige Tindermedewerkster Whitney Wolfe Herd, kondigde Bumble BFF aan, een functie binnen de app speciaal voor vriendschappelijke contacten. Greg Orlowski, een van de oprichters van bezorgservice Deliveroo, begon Peanut, een app die moeders met elkaar in contact moet brengen. En Nextdoor, een app die mensen in contact brengt die naast elkaar of bij elkaar in de buurt wonen, heeft 285 miljoen dollar aan investeringen opgehaald. (bron)

Enorm taboe op vriendschapsapps

Apps die je helpen om nieuwe vrienden te vinden, net als datingapps. Het klinkt niet zo onlogisch. Maar journalist Selma Franssen stuit in haar onderzoek naar vriendschapapps op een enorm taboe. Nog meer dan bij datingapps mag je niet te eager lijken. Als je aangeeft dat je graag vrienden wil maken, word je al snel gezien als een loser. Wat moet er wel mis met je zijn dat je die vrienden niet al hebt? We zijn kortom onderhevig aan het romantisch idee dat vriendschappen organisch moeten groeien:

Communicatiewetenschapster Elisabeth Timmermans, die promoveerde op onderzoek rond online datingapps:

‘Veel mensen knappen erop af als iemand expliciet in zijn of haar profiel vermeldt op zoek te zijn naar een date of relatie. Dan lijkt het alsof die persoon erop gebrand is een relatie te vinden en dat het niet zoveel uitmaakt met wie dat dan is. Bij het online zoeken naar vriendschap geldt dat ook. Als je aangeeft op zoek te zijn naar vriendschap, dan vragen mensen zich af wat er met je scheelt. Geen of te weinig vrienden hebben vinden we al snel vreemd of abnormaal. Mensen hebben daar iets meer begrip voor als je in je profiel aangeeft dat je net verhuisd bent en nog niemand kent in je nieuwe woonplaats. Dat vinden we vrijblijvender, minder zielig.’

 

Dat merk ik [ Selma Franssen] ook tijdens mijn vriendschapsdate met Paula. Ons enige echt ongemakkelijke moment vindt plaats als ik tijdens ons eerste drankje tegen haar zeg dat ik al vijf jaar in Brussel woon. Paula is duidelijk verbaasd. Hoe kan het dat ik hier al zo lang ben en toch op een vriendschapsapp zit? Ik antwoord dat mensen komen en gaan in Brussel en dat een aantal van mijn vrienden op het punt staan om naar het buitenland te verhuizen. En dat ik het altijd leuk vind om nieuwe mensen te leren kennen. Dat klinkt al wat minder als een loser – maar ik merk wel meteen dat ik het gevoel heb dat ik mijn motieven moet uitleggen, wat bij online daten al veel minder het geval is

Vertindering van vriendschap

Het artikel van Franssen stipt ook interessante effecten aan van op zoek gaan naar nieuwe vrienden op de tindermanier. Want hoe beoordeel je bijvoorbeeld wanneer je iemand interessant genoeg als vriend vindt om een biertje mee te drinken? Als ik nadenk over mijn criteria en vrienden die ik al meer dan 15 jaar heb langs die lat leg, zouden er toch een paar het niet halen vrees ik. Selma Franssen merkt hetzelfde:

Ondanks de verschillen, merk ik dat ik me op Hey!Vina al snel begin te gedragen zoals op Tinder. Alle profielen die zich buiten mijn stad bevinden doe ik al meteen weg, want blijkbaar ben ik niet bereid om Brussel te verlaten voor nieuwe vrienden. Iedereen die naar ‘slechte’ muziek luistert of die een draagbare hond heeft, krijgt ook meteen een nee. Ik begin een Tinder-déjà-vu te krijgen, en dat was nu juist wat ik niet wilde.

 

Elisabeth Timmermans kijkt daar niet van op. ‘In een datingcontext zie je dat mensen door de visuele manier waarop datingapps werken, steeds meer naar uiterlijk kijken. Als je op dezelfde manier apps gaat maken voor vriendschappen, dan wordt uiterlijk ook daar weer heel belangrijk. En moeten we dat wel willen?’ Als ik er wat langer over nadenk, realiseer ik me dat als ik veel van mijn huidige onmisbare vrienden op deze manier had beoordeeld, we nooit vrienden waren geworden. Een van mijn liefste vriendinnen heeft nota bene een draagbare hond en ik zie haar daarom niet minder graag. Dat doet me afvragen of je eigenlijk wel op een app kunt beoordelen of iemand een goede vriend of vriendin zal zijn. En wat als die ander er anders over denkt en je wordt afgewezen op een vriendschapsapp?

Bovendien kan er nog een ander tindereffect versterkt worden in een vriendschapsapp: het feit dat je je behoorlijk afgewezen en eenzaam kunt voelen als je geen match vindt, geghost wordt, of toch geen echte klik voelt tijdens de dates. Zoals Elisabeth Timmermans stelt: “Dat mensen niet seksueel of romantisch tot je aangetrokken zijn is een ding, maar wat als iemand zelfs geen vrienden met je wil zijn?”

Photo by Noorulabdeen Ahmad on Unsplash

Rentafriend: vrienden huren voor een avondje

Misschien is een zakelijkere aanpak om nieuwe vrienden te vinden dan beter. Huur een vriend is een trend die vanuit Japan zich over de wereld aan het verspreiden is. Rentafriend is een website waar je – jawel – een vriend kunt huren. 10 Jaar geleden opgezet naar het model van de Japanse verhuurindustrie. In Japan is het al ‘normaal’ dat je een vriend huurt die bijvoorbeeld met je meegaat naar een bruiloft zodat je niet alleen hoeft. In Nederland lijken zulke praktijken nog ondenkbaar, maar inmiddels zijn er al 1000 vrienden te huur op RentaFriend van de 621.000 professionele vrienden wereldwijd.

Journalist Kimberly van Heiningen besloot een poging te wagen en huurde Ling in voor een avondje tapas eten in Utrecht:

Ik sluit een betaald abonnement af om ‘vrienden’ een bericht te kunnen sturen. Je kunt zoeken op stad (Utrecht), leeftijd (tussen de 21 en 40) , gender (vrouw) en seksuele voorkeur (maakt me niets uit). De website voorziet weliswaar alleen in platonische relaties, maar een gay best friend op afroep kan dus gewoon. Natuurlijk kun je ook zien voor welke activiteiten je potentiële vriend te porren is en of dit een beetje matcht met jouw verwachtingen. Lings activiteitenarsenaal is uitgebreider dan de tapaskaart in het restaurant. Van persoonlijk advies (al dan niet telefonisch) tot het meegaan naar familiegelegenheden en je vergezellen in een luchtballon.

Hoewel het een gezellige avond is, stuit van Heiningen op de verwarrende vorm van sociale interactie die tussen een zakelijke overeenkomst en vriendschap inhangt.

We praten over de gebruikelijke koetjes en kalfjes, eten onze tapas en hebben het hartstikke leuk. Al voelt het toch een beetje anders. Gezelligheid kent bij mij normaal gesproken echt geen tijd en nu heb ik toch de stipte deadline van tien uur in mijn hoofd. […]

 

Mijn hersenen weten zich in elk geval geen raad met de gehuurde vriend-etiquette, voor zover die al bestaat. Enerzijds probeer ik Ling juist op haar gemak te stellen, anderzijds pik ik zonder te vragen het laatste gambakroketje in. […]

 

Journalist Selma Franssen schreef het boek Vriendschap in tijden van eenzaamheid en noemt het inhuren van vrienden vooral heel verwarrend. ‘Het geldaspect zorgt ervoor dat je eisen kunt stellen die je niet aan je normale vrienden stelt. Moet diegene lachen om al jouw grappen? En wanneer jij hem of haar een luisterend oor biedt, krijg je dan korting?’

Dus ja, kun je vriendschap echt inhuren? Is vriendschap vooral een kwestie van gemeenschappelijke interesses, een gedeeld gevoel voor humor, nabijheid/gelegenheid en een welwillendheid van twee kanten? Van Heiningen ervaart in elk geval een gebrek aan een bepaald aspect van vriendschap dat de vriendenverhuurindustrie niet biedt:

Ze reageert alleen niet helemaal zoals mijn vrienden zouden doen. Die zouden zeggen dat X inderdaad wel een lul was en Y van vijf jaar geleden helemaal. Dat soort commentaar kan Ling niet geven, simpelweg omdat ze de voorkennis niet heeft. En juist het kennen van elkaars voorgeschiedenis is zo belangrijk voor het gevoel van onderlinge verbondenheid […]

Lees ook de eerdere blogs uit deze serie:

Post-city: de toekomst van de stad ligt in het platteland

Leven in steden is jarenlang de dominante trend geweest. Maar twee belangrijke namen – trendwatcher Li Edelkoort en architect Rem Koolhaas – stellen nu dat dat voorbij is. We gaan een geografische verschuiving zien naar middelgrote en kleinere steden. Ook het platteland zal niet alleen steeds meer in de belangstelling komen te staan, maar enorme veranderingen doormaken. Hoe ziet een post-city samenleving eruit?

De grote uittocht uit de stad 

Leven in de stad stond voor een vrij leven met vele mogelijkheden. Maar inmiddels is deze romantische visie van leven in de stad doorgeprikt voor veel mensen: leven in de stad is vooral te duur geworden. Dat maakt dat de trek uit de stad naar kleinere steden en dorpen in gang is gezet, stelt trendwatcher Li Edelkoort in dit interview in Elle:

Wat doorslaggevend wordt, is ons vertrek uit de stad, want steden raken te vervuild en worden te duur. In New York is het echt dramatisch. Je bestelt een kop koffie, een croissant, en dan ben je alweer twintig dollar verder. Je ziet daar winkelstraten leeglopen door te hoge huren. Bleecker Street is nu bijna een ghost town: er rijden nauwelijks taxi’s, er lopen geen mensen meer, broodjeswinkels gaan weg.

Opvallend is dat in deze opkomende kleinere steden en dorpjes juist allerlei initiatieven ontstaan die eerst aan de grotere steden voorbehouden waren en het leven in de grote stad juist interessant maakten. Een levendige restaurantscene bijvoorbeeld. In Japan is bijvoorbeeld een actief overheidsbeleid op chiho sosei – creating life in the countryside, waarbij kleine voorheen slaperige stadjes als Kamiyama zich ontwikkelen tot creatieve hubs met microbrouwerijen.

Kamiyama bierbrouwerij

Edelkoort denkt dan ook dat de combinatie betaalbaar wonen, gezonde leefstijl met stedelijke mogelijkheden een belangrijke geografische verschuiving zal veroorzaken van stad naar platteland:

Terwijl in Essaouira, een klein stadje in Marokko, laatst juist drie nieuwe conceptstores ontstonden. Toen bedacht ik hoe vreemd het eigenlijk is dat de grote steden aan het afbouwen zijn, en er in opkomende stadjes en dorpjes juist nieuwe initiatieven ontstaan. Dus ik denk dat er een andere geografische indeling komt. Het is nog een timide beweging, maar het zal groter worden. Een van mijn werknemers heeft al een Parijs-tarief en een Bretagne-tarief: als ik haar in Parijs laat werken, is ze duurder. Heel grappig. Zij kan natuurlijk meestal het werk in Bretagne doen en het naar me opsturen.’

Rem Koolhaas: het platteland wordt een productielandschap voor de stad

Van architect Rem Koolhaas opent februari 2020 de expositie ‘Countryside, the future’ in het Guggenheim museum. Je zou zeggen dat het platteland een apart onderwerp is voor een architect en echte stedenliefhebber – de naam van z’n architectuurfirma OMA is een afkorting van Office for Metropolitan Architecture. Maar Koolhaas signaleert in Archdaily een steeds grotere betekenis van het platteland – iets wat hij definieert als alles dat niet tot de stad behoort – voor de stad en een enorme verandering in ons landschap daardoor.

As described in Carolyn Steel’s “Hungry City,” the once-symbiotic relationship between urban and rural has morphed into a present-day where major cities can only function with the support of vast sways of rural, industrial landscapes. London, for example, requires a total amount of land approximately 293 times its own area to produce the necessary food, energy, water, and raw materials needed to sustain itself. With 68% of the world’s population expected to live in cities by 2050 (a figure currently at 55%), cities will devour ever-larger areas of land to support the ever-larger demands of their citizens.

Koolhaas schetst overigens wel een compleet ander beeld dan Li Edelkoort. Hij stelt dat waar het platteland eerst stond voor een ontsnapping uit de stad, relaxen en recreëren in een gezonde omgeving, het platteland in zijn visie dus een productielandschap wordt. Een omgeving gericht op zo efficiënt mogelijk de behoeften van de stad te bedienen:

While immediate reflections of “countryside” may evoke romantic images of sleepy villages, desolate mountains, or uninterrupted silence, many of these landscapes are alive and responsive to global flows of energy, food, finance, policy, ideas, and people. While cities concern themselves with the human experience, these landscapes operate on a macro scale generating millions of tons of food for supermarket shelves, raw metals to manufacture iPhones, wind farms to power them or data streams to activate them. (bron)

Robotdorpjes en landschap compleet ingericht op efficiëntie

In Koolhaas visie trekken dus niet meer mensen naar het platteland, maar juist naar de stad en ontstaat er daardoor een leegte op het platteland. Maar wie gaat dan deze voedselfabrieken en datacentra draaiende houden voor al die stadsbewoners?

Technologie en dan met name robots.

Koolhaas geeft het voorbeeld van het Tahoe-Reno Industrial Center in Nevada waar de reusachtige beige loodsen van Google en Tesla nu het dorre andschap domineren.

Over bouwvergunningen wordt niet moeilijk gedaan, de aanwas van gebouwen lijkt grotendeels zonder stedenbouwkundige planning te verlopen. „Dit zijn gebouwen die niet op de klassieke manier bewoond worden”, aldus Koolhaas. „Ze worden vooral ingenomen door machines en robots. Bepaalde elementen zijn helemaal verdwenen uit deze architectuur, zoals felle kleuren. Men leeft er in een beige wereld. En de enige menselijke achterblijvers zijn de beveiligers.” (nrc)

Satelietfoto van het Tahoe Reno Industrial Center

Een omgeving die vooral efficiënt moet zijn, en voornamelijk door robots wordt bestierd zal een heel anders architectonisch beeld opleveren. Robots hebben bijvoorbeeld geen straten of ramen nodig.

In deze situatie fungeren mensen niet meer perse als opdrachtgever. Er komen gebieden zo groot als New York waar hooguit 8000 mensen wonen. Zo kun je je onbekommerd overgeven aan een technologische esthetiek en hoef je niet in de eerste plaats te denken aan de menselijke maat. Een stedelijke omgeving veroorzaakt beperkingen in het denken, aldus Koolhaas. Met het platteland betreed je een nieuw gebied waar je niet vast zit aan een rolstoeltoegankelijkheid of waar je de kleur beige moet toepassen. Het opent nieuwe perspectieven voor de architectuur. (De Architect)

Het platteland vormt zich om naar een compleet functioneel landschap, waar geen rekening hoeft te worden gehouden met de menselijke maat. Koolhaas omschrijft het in een interview met The Financial Times als:

[…] a new sublime. A landscape totally dictated by function, data and engineering. The scale alters, the human becomes almost irrelevant. The paraphernalia of human habitation can be reduced. We are in a moment of transition now, in a half-human, half-machine architecture. Is this a post-city? If we articulate it properly it could be insanely beautiful.” (Financial Times)