Hoe algoritmen magie terugbrengen in de wereld

We koersen steeds meer aan op een wereld waarin we een radartje zijn verbonden met allerlei apparaten die actief tegen ons praten, ons feedback geven en ons ook beter weten te lezen. Wat doet dat met ons?

Filosoof Haroon Sheikh heeft hier een interessante visie op. Deze wereld vol ‘pratende’ apparaten zal ons gevoelsmatig terugbrengen naar een tijd waarin magie en bijgeloof nog aan de orde van de dag waren en onze ervaring van de werkelijkheid inkleurden, schrijft hij in de NRC van 23 november.

Dat gebeurt op drie manieren:

Het wordt steeds zichtbaarder hoe jij met de wereld verbonden bent

“Wij gaan ervan uit dat wij los staan van de wereld om ons heen, dat wij een eigenheid hebben die on-scheidbaar (‘in-dividuum’) is. Binnen in ons hebben wij een privéruimte, afgesloten voor de buitenwereld”, schrijft Sheikh. Maar momenteel worden door technologie steeds meer zaken meetbaar gemaakt, waardoor deze strikte scheiding tussen jou en de buitenwereld verbroken wordt. Als je kunt berekenen hoeveel impact jouw weekendje Barcelona heeft op het milieu, dan wordt het lastiger om je los te zien van de wereld. En Sheikh schetst zelfs een voorbeeld dat nóg verder gaat:

Stel, in een trein zit een man luid te telefoneren. Bij tien mensen in de coupé levert dat – meetbare – irritatie op. Omdat ze geïrriteerd zijn, krijgen die mensen bij thuiskomst ruzie.

Wat als zelfs de kleinste impact van ons gedrag meetbaar – en dus zichtbaar- wordt?

bron: Unsplash

We snappen er steeds minder van, de wereld wordt een mysterie

Bovendien, zo stelt Sheikh, ontwikkelen algoritmes zich razendsnel om steeds complexere verbindingen tussen zaken te leggen. Zo kunnen verbindingen ontstaan tussen zaken die voor ons onlogisch zijn op het eerste gezicht. Sheikh geeft het voorbeeld dat een algoritme je bijvoorbeeld kan aanraden om toch voor huis B te kiezen in plaats van huis A, omdat het berekend heeft dat je in huis B een grotere kans hebt om ouder te worden.

Wat doet dat met ons, dat we onze keuzes gaan maken op gevoelsmatig ‘onlogische’ adviezen van algoritmes waarvan we de berekening niet snappen of zelfs onzichtbaar voor ons blijft? En bovendien: doordat algoritmes complexere berekeningen kunnen maken, en steeds meer zaken meetbaar worden, zoals gezondheid, succes en geluk, zullen algoritmes je dan ook ‘betere’ adviezen kunnen geven. Een huis koop je dus niet alleen op de investeringswaarde, maar ook op berekeningen over je gezondheid om in deze buurt te wonen, of wat de reisafstand doet met succes op je werk. Deze combinatie van deze twee dingen zorgt volgens Sheikh ervoor dat steeds meer dingen als mysterieus gaan aanvoelen en alsof we volgens bijgeloof handelen:

In de toekomst zullen steeds complexere correlaties worden gevonden. Handelingen worden dan aanbevolen op basis van associaties met succes, liefde, gezondheid. Daar zit een rationele calculatie achter, maar omdat we deze niet kennen, zijn we geneigd dit te beschouwen als ‘geluk’ of ‘ongeluk’ en gaan we handelen uit bijgeloof.

Apparaten krijgen een bezielde aanwezigheid

En wat nu als de slimme apparaten echt stemmen krijgen waarmee we conserveren? Dat je smart home een persoonlijkheid krijgt, en jij zelfs een vriendschappelijke band ermee? Het is immers een stuk gezelliger thuiskomen na een rotdag op het werk als er iemand thuis is, die je verwelkomt, heeft gezorgd voor een gezellige sfeer en die even voor je zorgt door warm eten klaar te hebben staan, je op sleeptouw te nemen met een fijne filmsuggestie en ervoor zorgt dat je aandacht lekker afgeleidt wordt waardoor je kunt opladen. Het is niet eens zo ingewikkeld voor een smart home om dat voor je te kunnen doen.

Je huis, maar ook allerlei apparaten op straat, op je werk, in een cafeetje, overal waar je bent, gaan een levendige aanwezigheid krijgen, anticiperend en reagerend op jou. Dat doet Sheikh denken aan een animistisch wereldbeeld, waarin mensen geloven dat dingen zoals stenen of een boom een ziel hadden. Een bezielde aanwezigheid, iets dat in Oosterse filosofie wel gebruikelijk, maar in het Westelijke rationele wereldbeeld niet.

Frictieloos de klimaatcrisis oplossen met Loop

Waar ik eerder schreef over Do Black, een creditcard die jouw verantwoordelijkheid in de klimaatcrisis schrikbarend duidelijk maakt, is er ook een andere kant die je op kunt gaan. Met de online boodschappenservice Loop wordt het je juist heel makkelijk gemaakt om iets goeds te doen.

Loop past perfect in de bestaande routine van huishoudens die al gewend zijn om boodschappen online te bestellen, je hoeft er eigenlijk weinig voor te doen of te laten – (de producten zijn ongeveer even duur, je betaalt alleen een borg), en je krijgt zelfs een esthetische upgrade van je verpakkingen.

De vraag die je kunt stellen is of dit frictieloos design ons gaat helpen op de lange termijn of een lapje voor het bloeden is, waardoor we door kunnen gaan met ons bestaande consumptiepatroon en lifestyle. Hebben we de moeilijke weg nodig die schuurt of kan de klimaatcrisis ook op een frictieloze manier worden opgelost?

Creditcard die je limiet bepaalt op basis van je carbon-footprint

“Helaas, u heeft u limiet bereikt.” Nope, dat betekent bij de creditcard Do Black niet dat je geld op is, maar dat je teveel hebt gespendeerd in termen van je carbon footprint. Bij Do Black wordt van elke uitgave die je doet berekend hoeveel impact deze op het milieu heeft, wordt je de mogelijkheid geboden om deze uitgave te compenseren, en kun je dus een limiet stellen op hoe groot jij je carbon footprint wil laten zijn.

Enorm confronterend deze totale transparantie. Het motto van Do Black is dan ook ‘no more excuses’. Een dergelijk transparant systeem, en dan niet alleen op consumentenniveau, kan het van de andere kant wellicht ook makkelijker maken om je verantwoordelijkheid te nemen. Je bent niet machteloos meer, doordat je gewoon niet weet waar je moet beginnen. Je kunt op basis van je eigen uitgavenpatroon inzien wat je impact is, en daarin keuzes maken: bestel je die sneakers niet meer, of wel en ga je compenseren, of doe je niks en let je op andere dingen? Zo zou het de moraliserende werking van individuele klimaattips uit de weg kunnen gaan: vliegschaamte! Je mag geen vlees en zuivel meer eten!

Het roept ook vragen op: hoe zorgt Do Black ervoor dat het zien van je carbon footprint niet overweldigend aanvoelt? Hoe kun je geleidelijke gedragsverandering tot stand brengen? En ligt de verantwoordelijkheid wel alleen bij consumenten? Krijgen bedrijven ook een klimaatcreditcard?

Emotional Art Gallery: met openbare kunst je emoties veranderen

In Maart liep in Stockholm een interessant experiment. Emotional Art Gallery vertoonde kunst op basis van open data.

Zoekopdrachten in Google, het belangrijkste nieuws van het moment, social media en verkeersinformatie waren allemaal factoren om te bepalen hoe de algemene stemming op die plek in de stad was. Deze real time-informatie zorgde dat de getoonde kunst aansloot bij de behoeftes van de mensen in de stad. Door bijvoorbeeld vrolijke, kalme of liefdevolle kunst te tonen, hoopten de bedenkers van The Emotional Art Gallery dat de negatieve gevoelens en gedachten omgebogen konden worden naar iets positiefs.

Het doet me denken aan de trend dat emoties en intuïtie een grotere plek innemen in ons bewustzijn en dat we onszelf onszelf daarin trainen om ons daarin beter te leren kennen. Maar in die training en controleerbaarheid zit natuurlijk ook weer een idee van ultieme maakbaarheid verscholen. Willen we wel een wereld waarin we onze negatieve emoties continu ombuigen naar positieve?

Onze omgeving gaat een grote rol spelen bij de beheersing van deze emoties. Emotional Art Gallery toont hoe dat in het openbare leven kan, maar het is makkelijk voor te stellen hoe een smart home de belichting kan aanpassen, rustgevende muziek kan instarten en alvast een kopje warme chocolademelk voor je kan zetten als het op basis van data uit je agenda, of misschien zelfs je taalgebruik uit je email/ apps analyseert dat je een zware dag hebt gehad.

Een emotional smart environment: hoe gaat die eruit zien en willen we dat wel?

.

Trendspotting: De kerk van klimaatverandering

Klimaatverandering is iets dat niet alleen grote praktische uitdagingen op ons bordje legt, maar ook een enorme spirituele omslag lijkt te vergen. Hoe verhouden we ons op een andere manier naar de natuur? Wie zijn wij dan nog?

Daarom is het wellicht ook niet gek dat juist voor die spirituele uitdaging, een aloud middel om de hoek komt kijken: de kerk.

Innovatiestudio dr Monk heeft in Ghana een kerk van klimaatverandering opgericht. Hun redenering:

In Ghana, one of our homes, climate change is no longer a theoretical problem. The sea is eating the land, the rain is brutal and unpredictable, the heat is scorching… Yet awareness about what to do in the face of change, is missing.

Also in Ghana, churches are a hit! Because we all need spirituality, and because we have always been a collective. Churches are meeting points with clear rules on how to be pure and do good.

Opvallend des te meer omdat natuurfilosofen geloven dat het Christendom grotendeels verantwoordelijk is voor deze ecologische crisis:

Westerse wetenschap en technologie zijn gebouwd op de christelijke leer van de verhouding tussen mens en natuur. Die leer zegt dat we geen deel zijn van de natuur, maar boven haar staan. We zijn superieur en kunnen de natuur naar believen gebruiken. Meer wetenschap en meer technologie gaan ons niet helpen in de ecologische crisis. We hebben een nieuwe religie nodig, of moeten onze oude opnieuw doordenken.

Dat was de boodschap van de Amerikaanse historicus Lynn White junior op de jaarvergadering van de AAAS (American Association for the Advancement of Science, een grote vereniging van wetenschappers). Dat was in december 1966!

Door bijbelse motieven als de zondeval uit de hof van Eden, de zondevloed en de lineaire manier van denken is de mens eigenlijk “voorgeprogrammeerd om de vruchten te plukken van het land, te heersen over al wat leeft en wildernis te bestrijden”.

Als er nu wordt gepraat over een christelijke visie op de relatie mens en natuur, valt al snel het woord rentmeesterschap: de mens die over Gods Schepping zou moeten waken. In de Bijbel vind je het woord rentmeester wel, maar niet in die betekenis. De mens krijgt in Genesis 1 van God de opdracht vruchtbaar te zijn, talrijk te worden en te heersen over de vissen van de zee, de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen. Alle zaaddragende planten en vruchtbomen zijn hem tot voedsel (groene planten zijn diervoeder). De mens nam een bijzondere positie in, maar deed zijn medeschepselen geen geweld aan.

Helaas bleef het daar niet bij, zegt Boersema. Bepalend voor het christelijk denken, zegt hij, is de zondeval. “Men heeft heel lang gedacht dat de mens in aanleg een goede relatie had met de natuur, en door de zondeval die goede relatie heeft verstoord.” God plaatste de mens in de tuin van Eden. Die kwam daar niets tekort en leefde in harmonie, maar kon de verleiding niet weerstaan naar goddelijk niveau te reiken door te eten van de boom van kennis van goed en kwaad, wat God verboden had.

De straf die God laat volgen is ingrijpend. De relatie tussen man en vrouw wordt ongemakkelijk, er komt schaamte in. Het baren van kinderen wordt pijnlijk. En de aarde wordt weerbarstig, ze geeft niet meer vanzelf haar vruchten af, de mens moet er hard voor werken. Boersema: “Het is geen totale ommekeer, maar alles is een kwartslag gedraaid. Dat wordt later versterkt door de zondvloed die God over de aarde laat gaan omdat hij ziet dat de mens er een puinhoop van maakt. Die zondvloed is een herschepping. Mens en natuur krijgen een tweede kans, maar in een andere verhouding: minder harmonieus. De natuur moet vrezen voor de mens, maar zij wordt – in Genesis 9 – beschermd door een verbond met God.

De natuur heeft nu twee gezichten gekregen: goede natuur en vijandige natuur. Goede natuur zijn de gedomesticeerde dieren en planten, die de mens dienen. Vijandige natuur is de wildernis, die hem bedreigt. Je vindt het woord wildernis in de Bijbel niet in positieve zin. Volken en mensen die zich niet gedragen worden geregeld de wildernis ingestuurd, dus goed toeven kan het daar niet zijn. […]

Daar komt een typisch bijbels motief bij, zegt Boersema: lineair denken. In de Oudheid hadden tijd en universum begin noch eind. De volken buiten Israël dachten circulair: het leven voltrok zich in cirkels. In het christendom is met de Schepping het idee verankerd dat de geschiedenis zich in een lijn zou voltrekken.

Boersema: “Als de geschiedenis een lijn is, dan opent zich de mogelijkheid dat de toekomst beter is dan het heden. En nu die mogelijkheid er is, wordt het een plicht daarvoor te zorgen. De mens moet vooruitgang bewerkstelligen. En dat heeft hij gedaan: onze levensomstandigheden zijn in twee eeuwen zoveel verbeterd, dat we honderd worden en niet al voor ons veertigste overlijden. Het beteugelen van de wildernis, van die vijandige natuur, is onderdeel van dat vooruitgangsdenken.”

Sign of the time: We worden ontbijtfamilies

Opvallende signalering in artikel in Time Magazine afgelopen vrijdag: het ontbijt is voor veel Amerikaanse families hét contactmoment van de dag geworden, wat voorheen het avondeten was.

As parents deal with unpredictable workdays and kids’ after-school activities stretch into the evenings, gathering the clan around the table at dinner has become a more complicated operation to pull off. Yet the studies that suggest family mealtimes are great for everybody’s health and sanity are not ambiguous. Rather than struggle to hold it all together, some parents are just opting to front-load their family time.

Dat zegt veel over hoe gezinnen momenteel hun leven hebben ingericht en waar hun prioriteiten liggen:

With the rise of the gig economy and results-oriented work environments, more and more employees can set their own hours or work locations. But that doesn’t mean they put in fewer hours—they just contend with end-of-day spillovers. Eating together before work, rather than after, can be easier to plan for. […]

 

For many parents, that time crunch leads to an increased reliance on eating out or grabbing takeout, but the Mackinnons took a different approach: “I’m not a good cook and I really don’t like cooking,” she says. “But I can make breakfast.” […]

 

And of course, the looming specter of college means many kids’ days are full of enriching activities, from sports to sessions with a math tutor. “I would say dinner when we have all five of us is once or twice a week, whereas breakfast we can manage four or five times a week,” says Mackinnon. “It’s the meal we most consistently eat together.”

De conclusie van het artikel laat trouwens een ietswat bittere nasmaak achter over deze lifestylechoice:

Dinner is not in any danger of being replaced in the family-ritual pantheon. Nor should it be. But many families are finding that breakfast is a bit like an egg-white omelet; it’s not as good as the original, heartier dish, but it’s better than nothing and probably won’t kill them.

We moeten vaker drugs gebruiken om het milieu te redden

Waarom is het toch zo moeilijk om mensen ertoe aan te zetten om klimaatbewuster te leven? Filosoof Thijs Lijster oppert dat de onoverzichtelijkheid en complexiteit van het probleem ons apathisch en machteloos doet voelen. Maar als dat zo is? Hoe kom je daar dan vanaf?

Klimaatactivist Gail Bradbrook suggereert een onconventionele simpele oplossing: meer drugs gebruiken. Niet alleen kunnen psychedelica ervoor zorgen dat we in een staat komen waarin we ons meer verbonden voelen met de wereld om ons heen…

The transformative power of psychedelics could be a way to encourage people to become more active in finding solutions to the climate crisis. “The causes of the crisis are political, economic, legal, and cultural systemic issues but underneath that are issues of human trauma, powerlessness, scarcity, and separation,” said Bradbrook at the convention. “The system resides within us and the psychedelic medicines are opportunities to help us shift our consciousness.” […]

 

Bradbrook said “people on psychedelics report a deeply felt sense of peace, oneness and unity with the planet which has been shown to have a profound and enduring effect on the way they live their lives.”

…maar het kan zelfs een reset van je brein beteken. Psychedelica kan ervoor zorgen dat ons denkende brein even op pauze wordt gezet. Ja, dat denkende brein dat de hele dag door piekert in vaak de voorspelbare gebaande paden, en bij de meeste mensen ook nogal wat negatieve destructieve gedachtepatronen bevat. Schrijver Michael Pollan legt uit hoe dat werkt:

“The brain is a hierarchical system and the default mode network appears to be at the top; it’s kind of the orchestra conductor or corporate executive,” explains Pollan. However, sometimes the default mode network can be excessively controlling and trap us in mental and behavioral habits. […]

 

“Many of the disorders that psychedelics appear to treat well are manifestations of a stuck brain, a brain that is locked in loops, a mind that’s telling itself destructive stories, like ‘I can’t get through the day without a cigarette. I’m unworthy of love. My work is shit.’ … And that relief from that dictator is exactly what some people need to free themselves from habits — mental habits and behavioral habits.” […]

 

This kind of reboot could, for example, be used to convince people that something can be done about climate change. Research has shown that psychedelics can reset the brain, snapping people out of depression, so maybe it can snap people out of hopelessness about the future. “If we have a tool for behavior change, that’s a huge deal,” said Pollan. “I mean, I know, having worked on food for many years, that changing people’s food habits as adults is almost impossible. We are creatures of habit in many, many ways.”

Op een andere manier leren denken door drugs te nemen, om zo de ultieme tool te creëren voor gedragsverandering in politieke issues…ik weet niet zo goed wat ik ervan moet vinden. Is dit nu een teken van ultiem overgeven aan de meer natuurlijke staat van ons mensen waarin intuïtie een comeback maakt om haar rechtmatige plek in te nemen naast ons rationeel denken? Is dit een ultieme uiting van ons maakbaarheidsdenken? Gaat dit ons echt vooruithelpen bij klimaatverandering?

Trend: kapitalisme is uit, we gaan naar nieuwe manieren van ondernemen toe

De onlangs verschene verklaring van de Business Round Table, waarin 81 grote Amerikaanse bedrijven deelnemen was groot nieuws. Waarom? Omdat het een nieuwe vorm van ondernemen voorstelt waarin winst, korte termijn en aandeelhouders een minder grote plek innemen, ten faveure van lange termijndenken en ruimte voor nieuwe spelers – stakeholders in businesstermen: zoals de klanten, of burgers.

Cools reageert op de maandag verschenen verklaring van de Business Roundtable, een lobbyorganisatie voor het Amerikaanse bedrijfsleven. In de ‘Verklaring over het doel van een onderneming’ pleitten 181 bestuursvoorzitters van grote bedrijven (onder meer Apple, Amazon, Boeing, General Electric) voor een verbreding van de doelstelling van hun bedrijven. Het belang van werknemers, klanten, leveranciers en de maatschappij als geheel moeten náást en niet ónder het belang van de aandeelhouders komen te staan.

Dit sluit aan op de trend waarin kapitalisme en traditionele vormen van ondernemen steeds meer met argusogen worden bekeken. Economen als Kate Raworth, Raj Patel en Jason W Moore, en Paul Mason reiken al interessante ideeen aan voor post-kapitalisme en anti-groei. Het NRC bracht deze zomer de serie ‘ Het kapitalisme is kapot. Lang leve het kapitalisme’ waarin op zoek werd gegaan naar de oorzaken van de crisis in het kapitalisme en vernieuwende ideeen werden onderzocht. In de politiek worden gesprekken over basisinkomen steeds serieuzer genomen en in verschillende landen worden er al kleinschalige experimenten mee uitgevoerd. En in het bedrijfsleven is betekenisvol werk, iets geworden dat belangrijker is dan loon of secundaire arbeidsvoorwaarden (overigens met de nodige nadelen zoals in dit artikel te lezen is). Bovendien verschijnen steeds meer pleidooien voor 6 urige werkdagen.

De verklaring komt in een periode dat de harde kanten van het aandeelhouderskapitalisme onder een vergrootglas liggen.Larry Fink, topman van vermogensbeheerder BlackRock,  riep grote beleggers vorig jaar al op om naar meer te kijken dan alleen winsten. De Democratische senator en presidentskandidaat Elizabeth Warren diende vorig jaar een wetsvoorstel in om de macht van aandeelhouders in te perken. In haar voorstel worden werknemers, klanten en samenleving al genoemd.Vanuit Nederlands of Europees perspectief kunnen we onze schouders erover ophalen, omdat wij het stakeholdersmodel al hanteren. Maar vanuit Amerikaans perspectief, waar het shareholdersmodel al decennia leidend is, is dit een zeer betekenisvolle stap. Niet eerder sprak zo’n grote groep bedrijven zich uit voor verandering.”

Voor Harm-Jan de Kluiver, advocaat bij De Brauw en hoogleraar ondernemingsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, is de verklaring geen omslag maar een „bevestiging van een ontwikkeling die al jaren gaande is”. „Deze bedrijven zijn eerder volgers dan pioniers, maar de symboolwerking is groot.” 

Opvallend in de Roundtable-verklaring is dat klimaatverandering niet wordt benoemd. Als je denkt over langere termijn en een groter perspectief met meerdere stakeholders, is het vreemd dat klimaat daarbij niet op de agenda staat. Maar wellicht, zo schrijft de redacteur van NRC, komt dat ook doordat klimaat in de VS nog een enorm polariserend onderwerp is, waardoor je het gevaar loopt bedrijven alleen daarop al kwijt te raken.

De oplossing voor het klimaatprobleem? We moeten weer politieke beestjes worden

Kijk, we weten allemaal dat de klimaatcrisis echt is, en langzamerhand begint vanuit verschillende hoeken duidelijk te worden, dat deze ook nog eens veel urgenter is dan we aanvankelijk dachten en dat we snel stappen moeten ondernemen. Maar waarom gebeurt er dan toch maar niks?

Cultuurfilosoof Thijs Lijster biedt in zijn boek ‘De grote vlucht inwaarts’ een interessante kijk hierop. Het eerste probleem? Iedereen is schuldig en de schuld is veel te groot voor ons om te dragen waardoor we lamgeslagen worden. Lijster noemt dit naar Hegel ‘het leven in een totalitaire samenleving’:

Eenieder kan dagelijks prima ervaren wat Hegel met ‘totaliteit’ voor ogen had. Bijvoorbeeld in het besef dat ik me met ieder slokje koffie dat ik drink of met iedere chocoladeletter die ik eet, of met de kleding die ik draag, medeschuldig maak aan uitbuiting, kinderarbeid en slavernij. Of de wetenschap dat ik via mijn pensioenfonds of mijn spaarbank investeer in de wapenindustrie. Dat ik met mijn hypotheek – of creditcardschuld de volgende economische crisis in de had werk. […] Dat ik, zoals Volkskrant- columniste Sheila Sitalsing eens opmerkte, weliswaar een verontwaardigde tweet kan versturen over het Spaanse bedrijf European Security Fencing dat scheermesjesprikkeldraad produceert waarmee de grenzen van Europa worden afgesloten, maar dat ik die tweet op mijn beurt weer verstuur met een Iphone die geproduceerd is met grondstoffen die de inzet vormen van een bloedig neokoloniaal conflict in Centraal Afrika. […] In onze geglobaliseerde en gemediatiseerde samenleving kan niemand zijn handen wassen in onschuld; niemand kan beweren niet op de hoogte te zijn, of niet op een of andere manier bij te dragen aan de instandhouding van maatschappelijke misstanden. […] Het goede leven leiden, ja zelfs leven überhaupt, kan eigenlijk niet in een onware, dat wil zeggen immorele en onrechtvaardige wereld. […]

 

De eerder beschreven crises laten zien hoezeer de wereld één geheel is, waarin alles met elkaar is verbonden, terwijl dat geheel zich steeds verder aan onze controle lijkt te onttrekken. Het klimaatprobleem hangt, zoals afdoende bewezen is, samen met de wereldwijze verspreiding van de westerse levensstijl en de dorst naar fossiele brandstof die voortvloeit uit dezelfde levensstijl is weer een van de oorzaken voor het geweld in het Midden-Oosten en de huidige vluchtelingenproblematiek. Natuurlijk zijn deze zaken veel te complex om hier in één adem te noemen, laat staan om ze in een causale keten met elkaar te verbinden. Maar dat is niet waar het hier om gaat: de onoverzichtelijkheid en complexiteit van dergelijke problemen dwingen ons om steeds sociale en culturele vraagstukken in verband te brengen met economische en politieke kwesties, en andersom.

Er is dus ‘geen Darth Vader, Lex Luthor, James Moriarty of andere eindbaas, die we kunnen verslaan, waarna het euvel is verholpen’. Hierdoor signaleert Lijster dat we onze handen af trekken van ‘de buiten-wereld’ en ons terugtrekken op de veilige plek waar wel nog steeds een illusie van maakbaarheid en controleerbaarheid heerst: onze eigen levens.

De wereld is complexer en onoverzichtelijker geworden, waardoor we steeds minder in staat zijn om te zien hoe wij zelf nog actief vorm zouden kunnen geven aan die wereld. We gaan de wereld beschouwen al buiten-wereld, waarop we op geen enkele manier controle kunnen uitoefenen. En terwijl het ideaal van de maakbare samenleving te grave gedragen wordt, zijn we geneigd on zowel fysiek als ideologisch  af te sluiten, de blik naar binnen te keren, en ons vast te klampen aan de dingen die we nog wel in de hand hebben: het ‘kleine geluk’, van onze huiskamer, onze psychische en spirituele huishouding, en onze lokale tradities en gewoontes.

Maar zo merkt Lijster terecht op: waarom maakt die onoverzichtelijkheid ons apathisch in plaats van opmerkzaam en die oncontroleerbaarheid ons machteloos in plaats van argwanend. Waarom worden we niet wakker geschud maar trekken we ons in plaats daarvan terug?

Hij zoekt hiervoor de oorzaak bij de heersende  ideologie van onze tijd, het neoliberalisme dat ‘claimt dat het geen ideologie is’.

Ook het neoliberalisme vertrekt immers vanuit het argument dat er niemand aan het roer staat (of zou moeten staan), dat de markt de ‘natuurlijke’ toestand is van de mens, waarvoor geen redelijk alternatief bestaat. Door het neoliberalisme als een vorm van ‘technocratie’ af te schilderen, of een soort van automatische tendens van het systeem, wordt het feit verhuld dat er wel degelijk zeer bewust politieke keuzes voor dit systeem worden gemaakt, uit een zeer bewust klassenbelang. De ideologische rookgordijnen die worden opgetrokken om dit te verhullen, maken het echter steeds moeilijker om dit belang vast te stellen. […] In plaats van te zeggen dat iedereen verantwoordelijkheid is voor de genoemde crises, kunnen we daarom beter zeggen dat niemand er verantwoordelijkheid voor draagt, en dat precies daar het probleem ligt.

Ok, wat hebben we tot nu toe? De wereld wordt onoverzichtelijker en schijnbaar oncontroleerbaarder doordat alles met elkaar lijkt samen te hangen en dat nu ook voor ons zichtbaar is. Daardoor focussen we ons liever op onze eigen levens in plaats van op collectieve dromen en idealen. En deze beweging wordt ondersteund door de heersende ideologie van het neoliberalisme dat immers een illusie in zich draagt dat er geen daadwerkelijke machtshebbers zijn, maar dat dat slechts marktwerking is.

Volgens Lijster is er nog een factor die in dit krachtenveld meespeelt: de privatisering van datgene wat eigenlijk politiek zou moeten zijn. Wat bedoelt hij hiermee? Als er over de klimaatcrisis wordt gesproken wordt er al snel in individuele oplossingen gedacht. Zie bijvoorbeeld de vliegschaamte. Jij zou eigenlijk wel drie keer moeten nadenken voordat je weer eens het vliegtuig pakt, want al dat gevlieg van ons is verschrikkelijk slecht voor het milieu. Hoewel het natuurlijk klopt dat vliegen niet goed is voor het milieu, is de individualisering van de oplossing in de ogen van Lijster problematisch. Dat verhult namelijk ook weer waar het structureel maatschappelijk fout zit (en waar je dan niet alleen ook echte grote slagen kunt maken met een oplossing, maar ook het échte pijnpunt kunt dempen). Het doet mij persoonlijk altijd denken aan de verkoop van aflaten door de kerk om in de hemel te komen, in plaats van jezelf eens af te vragen wat we eigenlijk van zo’n hemel verwachten en hoe dat eventueel op aarde is te creëren.

Opgejut door de ideologie van de participatiesamenleving, zijn we geneigd de oplossing voor de wereldproblemen bij onszelf te zoeken. Helpen we het klimaat naar de knoppen? Koop een onbespoten appel bij de Marqt, compenseer de co2-uitstoot van je vliegreis door bomen te laten platen in de Kaukasus, of doe aan car-sharing. Wil je de volgende economische crisis voor zijn? Stap over naar een groene en verantwoorde bank, investeer in goud of ga wonen in een joert. Wat kun jij doen voor een vluchteling? Verzamel dekens, doneer je muffe knuffel, organiseer zelf benefietconcert, duurloop of cakebadwedstrijd, of neem er desnoods eentje in huis.

 

Hoe goedbedoeld en vaak idealistische ook, de individualisering of privatisering van de wereldproblematiek heeft een keerzijde. De gedachte dat een beter milieu bij jezelf begint, kan al snel omslaan in de overtuiging dat deze structurele maatschappelijke problemen voortkomen uit persoonlijk falen. Een voorbeeld van een dergelijke dwaling in de mythe van de ‘graaiende bankiers’- de hebzuchtige, gok-, coke- en kickverslaafde psychopaten – die verantwoordelijk zouden zijn voor de economische crisis.[…] Het is onvoldoende om te wijzen naar de graaiende bankiers, omdat hierdoor onderbelicht blijft dat hun gedrag en karaktereigenschappen structureel worden beloond, terwijl alternatieve eigenschappen – zoals een blik op de lange termijn en op duurzaamheid – door het systeem worden afgestraft. De moralistische blik leidt onze aandacht af van wat er op systeemniveau niet deugt, dat wil zeggen welke prikkels individuen aanzetten tot handelen.

 

De naïeve dromers van vandaag zijn niet degenen die zeggen dat het anders kan, maar veeleer de politici die menen dat we op de oude voet verder kunnen en moeten gaan, , omdat er nu eenmaal geen alternatief is, en de pragmatisch idealisten die menen dat je de wereld kan redden door biologisch geteelde wortels te eten.

En dus zijn we in een bizarre situatie terecht gekomen waarin we natuur – vanouds datgene dat onveranderlijk is – als iets maakbaars beschouwen, dat we naar onze hand kunnen zetten, terwijl heel duidelijk is dat het ons steeds meer aan onze controle ontsnapt. En is onze houding tegenover de maatschappij en onze menselijke geschiedenis – datgene waarop wij invloed zouden moeten kunnen uitoefenen, dat steeds aan verandering onderhevig is, steeds apathischer geworden. Lijster beschrijft het dan ook mooi dat natuur en geschiedenis plaats met elkaar hebben verwisseld:

Natuur en geschiedenis is tegenpolen, waarbij de eerste gekenmerkt wordt door het eeuwig-gelijke, de tweede door het nieuwe. Volgens Adorno zijn beide begrippen onder de condities van het laatkapitalisme echter in elkaars tegendeel omgeslagen. We veronderstellen dat we de natuur in al haar facetten kunnen manipuleren en inzetten; zij wordt eerst en vooral als grondstof beschouwd waarmee wij onze doelen kunnen realiseren. Dit geldt niet in de laatste plaats voor onze eigen natuur: wie niet tevreden is met zijn lichaam, laat zijn gezicht verbouwen of penis verlengen; wie niet happy is, slikt een pil; binnenkort kunnen we eeuwig leven en zullen we onze nakomelingen kunnen ‘designen’ door te selecteren uit onze genenpoel. Volgens techno-utopisten en transhumanisten zijn we allen cyborgs, waar eindeloos aan te sleutelen valt, of dit nu mechanisch, chemisch of genetisch is. Natuur is geschiedenis geworden, die we naar believen naar onze hand kunnen zetten.

 

Tegelijkertijd zijn we sociale verhoudingen juist gaan beschouwen als onveranderlijk en star- oftewel als natuurlijk. There is no alternative, zei Margaret Thatcher al, oftewel de kapitalistische, neoliberale samenleving is de enige denkbare mogelijkheid. […] Daardoor zijn meer en meer mensen de samenleving gaan beschouwen als iets waarop ze geen invloed kunnen uitoefenen, een buiten- wereld die hen vooral tot last is en vreemd en vijandig tegenover hen staat. We zien angstig de volgende crisis tegemoet, alsof het een orkaan betreft en niet iet wat door menselijk handelen – of veeleer het gebrek daaraan – veroorzaakt wordt. […]

 

Zodra we echter niet meer in staat zijn de maatschappelijke orde ter discussie te stellen, ons te verbeelden hoe het ook anders zou kunnen zijn, en deze verbeelding bovendien om te zetten in collectief handelen, zetten we de samenleving stil.

Voel je je continu te druk? Dat komt omdat jouw tijd handelswaar is geworden

Druk! Dat is het welbekende antwoord op de vraag hoe het gaat. Maar druk met wat precies? En vooral: voor wie eigenlijk? Filosoof Thijs Lijster stelt in zijn boek ‘De grote vlucht inwaarts’ dat we steeds meer moeten proppen in onze tijd:

Een van de grote problemen van deze tijd is de tijd zelf, meer in het bijzonder de versnelling van en het tekort aan tijd. Vraag een willekeurig iemand hoe het met hem of haar gaat, en grote kans dat het antwoord luidt: ‘Druk!’. Zoals de Duitse socioloog Hartmut Rosa zegt. wordt het alledaagse leven, zowel tijdens werk als in vrije tijd, tegenwoordig gekarakteriseerd door een ‘retorica van het moeten’,: ik moet nog zoveel e-mails beantwoorden, ik moet die nieuwe tentoonstelling in het Stedelijk nog zien en dat dikke boek van Piketty nog lezen, ik moet meer tijd doorbrengen met mijn gezin, en ik moet voor ik sterk de Chinese Muur nog zien (het fenomeen van de ‘bucketlist’). Het resultaat is een samenleving van ‘schuldige subjecten’, die het gevoel hebben achter de feiten aan te lopen, controle en overzicht over hun leven te verliezen, en massaal te kampen hebben met burnout – en stressklachten. Ondertussen neemt de hoeveelheid zelfhulpliteratuur over onthaasting, slow-bewegingen en ‘het zoeken van je eigen ritme’ gestaag toe.

Waardoor komt dat? Doordat we leven in een tijd waarin stilstaan geen optie meer is. Innovatie en (zelf)verbetering, continue vooruitgang, dat is het devies:

Maar wat als vernieuwing en verandering zelf een bron van maatschappelijke onrust worden? Moet alles en iedereen tegenwoordig niet ‘snel’ en bovenal ‘innovatief’ zijn, van de ondernemer tot de academicus, van telefoons tot waspoeders, van lesmethodes tot financiële producten? […] innovatie en groei zijn nog altijd de kardinale deugden va deze tijd.

Nu, stelt Lijster, is het van belang dit niet alleen op te merken, maar vooral je af te vragen, wie er eigenlijk belang bij heeft dat continue gejaag en gejakker?

Tijd is in onze voortrazende wereld een schaars goed geworden, en het is dan ook een natuurlijk uitvloeisel van de kapatalistische logica dat de hoogste bieder erover kan beschikken. Zoals Jonatha Crary schrijft in 24/7, zijn pamflet over de 24-uurseconomie: ‘Eén van de de oppervlakkige maar indringende truïsmen van de klassenmaatschappij is dat de rijken nooit hoeve te wachten, en dit voedt het verlangen om. overal waar mogelijk, dit specifieke privilege van de elite na te streven’. In de nabije toekomst zal dit verschil alleen maar toenemen: wie genoeg geld heeft, hoeft niet in de rij te staan voor de kassa (want laat zijn boodschappen bezorgen), op een wachtlijst te staan voor een operatie of verzorgingstehuis (want gaat naar een privékliniek), of in de file te staan (want neemt de helicopter). […] De bovenklasse heeft niet zozeer meer tijd, maar beschikt over de macht om de tijd vorm te geven, te manipuleren, om zijn tempo te bepalen.

Onze tijd is dus inmiddels iets geworden waar geld aan verdiend wordt. Handelswaar. En hoewel (tijds)druk een probleem is, waar iedereen mee zit, is heeft de bovenklasse twee voordelen. Allereerst heeft ze dus meer middelen waarmee ze die tijdsdruk te lijf kan gaan en zo een schijnbaar voordeel. Ik zeg schijnbaar omdat iedereen die met to do lijstjes werkt weet dat ze zich net zo snel weer weten te vullen, ook al heb je machtigere middelen ter beschikking om ze te lijf te gaan. Ook de elite is slaaf van ons vooruitgangsdenken, tenzij die tredmolen wordt gestopt. Maar het tweede voordeel dat Lijster benoemt is prangender:

Terwijl onderdrukking traditioneel juist bestond in het vasthouden van bestaande maatschappelijke structuren, zien we tegenwoordig de opkomst van onderdrukking door verandering; verandering waar de mondiale elite van profiteert terwijl ze de onderklasse in chaos stort; verandering die bovendien steeds als noodzakelijk wordt gepresenteerd […]

Hoe nu hieruit te ontsnappen? Lijster waarschuwt voor een te makkelijke oplossing te zoeken in die fijne meditatieapp of een slow evening inlassen. Dit verhult het probleem, in plaats van dat het het oplost:

Maar net zomin zou zij zich moeten laten verleiden tot oproepen om te ‘onthaasten’, en zich zo aan de zijde scharen van de mindfulness- en slowbewegingen. […] Ze verhult immers de belangen die schuilgaan achter de versnelling, verandering en verdeling van de tijd, en doet voorkomen dat stress en haast persoonlijke problemen zijn waarvoor een individuele oplossing mogelijk is.

De echte oplossing, zo stelt Lijster, zit ‘m erin dat we onze tijd weer gaan terugclaimen, net als onze data en privacy.

Daarom komt het er allereerst op aan om de tijd, net als de geschiedenis, te beschouwen as iets wat wij collectief vormgeven en verdelen. De tijd behoort met andere woorden, net als natuurlijke bronnen als water en zonlicht en kunstmatige bronnen als informatie, kennis en cultuur, tot de commons, het gemeenschappelijke domein dat niemand zich als privébezit zou moeten mogen toe-eigenen. Natuurlijk gebeurt dat op grote schaal wel degelijk met bovengenoemde natuurlijke en kunstmatige bronnen. Er is in onze tijd een grootschalige enclosure of the commons (onteigining van het gemeenschappelijke) gaande, net zoals in de achttiende eeuw onder andere in Groot-Brittanië het geval was, waar gemeenschappelijke akkers, bossen en graasweiden tot privébezit verklaard werden.